Hoofdstuk Vijfhonderd Eenenzestig

BLADE

Terwijl ik mezelf aan wal trek op de rotsen aan de rand van de kade, glimlach ik in mezelf als ik merk dat ik vrijwel bedekt ben door de mist van de vroege middag en absoluut niemand in zicht is. Hoewel ik mensen aan de andere kant van mijn natuurlijk gevormde kleedkamer kan horen ronds...

Log in en ga verder met lezen