HOOFDSTUK 281

WINTER

"Ik haat je, Winter," sist hij, de woorden druipend van venijn. "Ik haat je verdomme."

Zijn gezicht is felrood, zo donker dat het bijna paars is.

Aderen zwellen op zijn slapen alsof ze op het punt staan te barsten.

Zijn ogen zijn tot spleetjes vernauwd, wild, ongefocust.

Speeksel gli...

Log in en ga verder met lezen