Hoofdstuk negen

Mijn hart bonsde zo hard dat het op springen stond. Ik wist zeker dat hij elke paniekerige slag kon voelen terwijl hij nog steeds boven op me lag, die priemende blauwe ogen op de mijne gericht.

Ik kon het niet ontkennen, ik vond het lekker. Dopamine overspoelde mijn brein. Mijn pols denderde. Mijn ...

Log in en ga verder met lezen