Hoofdstuk drieëntwintig

Dallas

De deur staat open en het is genoeg dat het licht van de veranda recht het huis in schijnt alsof het uitgenodigd was.

Mijn maag zakt, hard, en alles in mij bevriest behalve mijn hartslag, die zo luid bonkt dat ik zweer dat het echoot.

Ik stap naar binnen.

De lamp ligt op zijn kant bij de ban...

Log in en ga verder met lezen